“De Sabbatmaaltijd voorbereiden, dat lukt niet meer altijd” – Reliwerk Best NYC Escorts/ Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts

Interviews no image

Gepubliceerd op 1 juni 2012

“De Sabbatmaaltijd voorbereiden, dat lukt niet meer altijd”

Regelmatig legt de redactie van Reliwerk enkele vragen voor aan een reliprof. Vandaag wordt geïnterviewd: Marianne L. van Praag, als rabbijn aangesloten bij de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Den Haag, Gelderland en Flevoland.

Door: Robert Reijns

U heeft een rabbijnopleiding gevolgd aan het liberale Levisson Instituut, waar je ook de voorzangersopleiding en de lerarenopleiding voor joods onderwijs kunt volgen. Hoe gemakkelijk is het om als afgestudeerde een baan in Nederland te vinden?                           
“Werk is er genoeg, dat is het probleem niet. In Nederland zijn op dit moment tien Liberaal Joodse Gemeenten en een aantal orthodoxe gemeenten. Vraag is: waar moeten alle werknemers van betaald worden? In Nederland zijn maar twee Liberaal Joodse Gemeenten een ‘fulltime bedrijf’, namelijk die in Den Haag en Amsterdam. Alle overige LJG’s (8) zijn veel kleiner en worden vooral draaiende gehouden door vrijwilligers en rabbijnen die regelmatig of af en toe een dienst komen doen. Bovendien wordt in die gemeenten maar één keer in de twee of drie weken een sjoeldienst gehouden. Daar kan je natuurlijk je brood niet mee verdienen. Mijn meeste collega’s, maar ook ikzelf, zijn actief op meerdere locaties en doen daar ook de pastorale werkzaamheden. Ik houd mij bijvoorbeeld ook bezig met het begeleiden van begrafenisrituelen, zieken bezoeken, het sluiten van huwelijken en eventueel het begeleiden van besnijdenissen. Rabbijn Hetty Groeneveld werkt voor het Ministerie van Justitie als geestelijk verzorger van Joodse Gedetineerden, terwijl rabbijn Albert Ringer naast zijn werk in de LJG in Rotterdam werkt voor het Ministerie van Defensie, als geestelijk verzorger van Joodse en islamitische militairen. Er is ook een studentrabbijn die bij Parnassia werkt, de geestelijke gezondheidszorg voor Den Haag en omstreken.”

Los van de financiën is het natuurlijk de vraag hoe groot de behoefte aan religieuze vorming en pastorale zorg voor Joden in de toekomst zal blijven. Heeft het Nederlandse Jodendom te maken met ‘ontkerkelijking’ ?                                                                            
“De Joodse geloofsgemeenschap is de afgelopen decennia in elk geval niet gegroeid. Voor de oorlog woonden ongeveer 140.000 Joden in Nederland; tegenwoordig zijn dat er 40.000. Een afnemende vraag naar werk in de pastorale zorg zou mij tevreden stemmen, hoewel ik het jammer vind als het leven op een lager spiritueel pitje komt. Van de 40.000 Joden is het overgrote deel niet aangesloten bij een kerkgenootschap. De meeste praktiserende gelovigen zijn op hogere leeftijd, hoewel in de Randstad meer jongere mensen naar Sjoeldiensten komen dan in de dunner bevolkte provincies. Wat mij opvalt is dat veel jonge gezinnen hun kinderen naar Joodse lessen in de synagoge blijven sturen. Maar ik vind het moeilijk om de toekomst in te schatten: de Joodse gemeenschap in Nederland wordt gewoon steeds kleiner. Slechts een kleinere groep houdt vast aan religieuze orthodoxie, terwijl veel mensen tegenwoordig op zoek zijn naar niet-traditionele spiritualiteit. Beide bewegingen hebben volgens mij voor- en nadelen. Ik vind het belangrijk dat bepaalde geloofsnormen en -praktijken, die de kern van het geloof vormen, behouden blijven. Tegelijkertijd moet een gelovige vrij zijn om zelf te achterhalen waarom het geloof voor haar of zijn leven waardevol is. Het is de kracht van het liberale Jodendom, waartoe ik mijzelf reken, om vanuit een grondige studie over het Joodse geloof te komen tot een betekenis voor jezelf. Ik denk daarom dat huidige en toekomstige rabbijnen voor de uitdaging staan om gelovigen zo goed mogelijk te begeleiden in hun eigentijdse zoektocht naar spiritualiteit.”

Waarom vindt u het niet erg als het werk in de pastorale zorg drastisch zou afnemen?
“Veel pastorale zorg wordt gegeven aan 50+-ers, die nog steeds het grootste oorlogsleed te verwerken hebben. Die groep wordt natuurlijk kleiner, maar blijft aanzienlijk. Hun verleden krijgt niet makkelijk plaats in hun leven en de meesten voelen zich eenzaam omdat ze familieleden zijn kwijtgeraakt. Ze voelen een ongelooflijke behoefte aan een luisterend oor van een rabbijn die zich in hun belevingswereld kan invoelen. De meeste sociaal werkers en psychologen hebben die bagage niet, waardoor de wens van ouderen vooral uitgaat naar rabbijnen. De tweede generatie naoorlogse Joden, van 50 jaar en jonger, hebben ook nog aardig wat te verwerken, al is de impact voor hun ouders natuurlijk groter geweest. Mijn kinderen zijn 25 en behoren tot de derde generatie: ik hoop en vermoed dat de jeugd van tegenwoordig geen behoefte aan geestelijke zorg voor oorlogsverwerking nodig heeft. Minder pastoraal werk zou wijzen op minder pijn.”

Wat maakt het bijzonder om als vrouwelijke rabbijn in Nederland te werken?             
“Vooral opmerkelijk is dat Nederland in veel hervormingen vaak een eeuw achterloopt op andere landen, bijvoorbeeld Engeland. Zo bestaan er wereldwijd bijvoorbeeld al honderd jaar vrouwelijke rabbijnen, maar in Nederland werd Elisa Klapheck pas in 2005 als eerste vrouwelijke rabbijn benoemd. Ik denk dat deze trage ontwikkeling te maken heeft met de oorlogsgeschiedenis. De Joden die hier gebleven zijn, zitten emotioneel vast aan hoe het voor de oorlog was; vrouwelijke rabbijnen liggen wat gevoeliger. Aan het conservatieve en oudere Nederlands Israëlitisch Seminarium worden helemaal geen vrouwen tot rabbijn opgeleid, terwijl aan het liberale en jongere Levisson Instituut vier van de vijf afgestudeerden vrouwelijke rabbijn zijn. In heel Nederland zijn vier van de 10 rabbijnen daarom vrouwen, waaronder ikzelf.
Als je meer specifiek kijkt naar het verschil tussen mannen en vrouwen, valt het misschien op dat vrouwelijke rabbijnen iets ‘zachter’ zijn en minder zakelijk in omgang dan mannelijke rabbijnen, maar dat hangt natuurlijk vooral af van de persoon zelf. Er bestaat overigens geen verschil tussen het werk van mannelijke en vrouwelijke rabbijnen. Vaak is het wel zo dat het als vrouw lastiger is om meerdere werkzaamheden met elkaar te combineren. Je bent meestal niet alleen rabbijn, maar ook moeder met een huishouden. Als ik vrijdagavond naar de synagoge ga, dan kan ik natuurlijk niet traditiegetrouw de Sabbatmaaltijd op tafel zetten. Gelukkig ben ik in de vier jaar dat ik binnen de LJG werkzaam ben, nog nooit bekritiseerd omdat ik én vrouw én rabbijn ben.”

Hoe zou u de werksfeer voor Joodse reliprofs in Nederland omschrijven?                                           
“Wat het werkklimaat echt beïnvloedt, is de blijvende impact van de oorlog op de gespreksvoering tussen Joden. Als twee Joodse mensen met elkaar een praatje maken, gaat het gesprek na vijf minuten vrijwel zonder uitzondering over op een oorlog-gerelateerd onderwerp. Als reliprof stuit je vaak op ongeneesbare open wonden; vaak omdat er decennia na de genocide nog steeds zout wordt ingegooid. Veel Nederlanders kunnen zich daar blijkbaar nauwelijks een voorstelling van maken, wat ik erg jammer vind. Kijk bijvoorbeeld naar het voornemen van enkele organisaties om vanaf volgend jaar de oorlogsslachtoffers, waaronder vooral Joden, samen met de Duitse militairen te herdenken. Laat ik duidelijk zijn: ik erken dat er ook Duitse militairen zijn gesneuveld, en daar moet ook over gerouwd worden. Maar waarom moet dat voor beide partijen op dezelfde dag gebeuren? Erg betreurenswaardig is dat steeds minder mensen besef hebben van het verdriet dat daarmee aan Joden wordt aangedaan. Veel van de 40.000 levende Joden dragen in hun dagelijks leven de pijnlijke geschiedenis met zich mee van 100.000 familieleden die door Duits nazigeweld zijn omgebracht. Waarom zien velen de ongevoeligheid van een gelijktijdig herdenken van daders en slachtoffers dan niet in? Gevolg van dit gebrek aan begrip is dat velen weer klagen over ‘die zeurende Joden’… Kijk, ik heb het nu zelf ook weer over de oorlog. Het zit diep en beïnvloedt het leven en de werksfeer van Joden; op het werk en daarbuiten.”

Robert Reijns is cultureel antropoloog en werkzaam voor o.a. Nieuwwij.nl




Back to Top ↑

Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development