"Elke les opnieuw moet ik me afvragen wat ik wil overbrengen" - Reliwerk

Interviews no image

Gepubliceerd op 2 december 2013

“Elke les opnieuw moet ik me afvragen wat ik wil overbrengen”

jvRegelmatig legt Reliwerk een aantal vragen voor aan een reli-professional. Vandaag wordt geïnterviewd: Joris Verheijen, docent geschiedenis en levensbeschouwing aan het Cygnus Gymnasium in Amsterdam.

Door: Marin Djurisic

Hoe ga je om met leerlingen en/of collega’s die je vak onzin vinden?
“We leven op de wereld en in ons land met heel veel verschillende en soms botsende overtuigingen naast elkaar. Onze school, één van de meest gekleurde gymnasia van Nederland, laat dat in het klein zien. Om het belang te zien van een vak waar leerlingen leren hoe ze open met elkaar in discussie kunnen gaan, hoe ze betrouwbare informatie kunnen verzamelen over de levensbeschouwing van anderen, hoe ze feiten van vooroordelen kunnen scheiden en hoe ze kritisch naar hun eigen waarden kunnen kijken, hoef je maar even de krant open te slaan of het journaal te kijken.”

Door de bezuinigingen ontvangen openbare scholen geen subsidie meer om humanistische vorming en godsdienstonderwijs te geven. Moet je als leraar je vak nu nog meer verkopen om het aantrekkelijk te maken?
“Ik heb alleen op scholen gewerkt met een confessioneel karakter, waar het vak levensbeschouwing verbonden is met de identiteit en daarom voor zover ik weet nooit ter discussie heeft gestaan.”

Godsdienst wordt meestal niet meer dan één keer per week gegeven. Is dat voldoende voor een volledige baan aan een school?
“Dat hangt natuurlijk ook van de omvang van de school af, maar op de scholen waar ik gewerkt heb had geen docent levensbeschouwing een volledige baan. Ik heb vorig jaar fulltime gewerkt op twee scholen en ben nu blij met een aanstelling van 0,6, omdat ik er meer dan genoeg naast te doen heb. Overigens waren de meeste vakgenoten met wie ik het erover heb helemaal tevreden met een kleinere aanstelling. Het zou best kunnen dat het vak, juist door zijn sterk beschouwende karakter, er minder geschikt voor is dan bijvoorbeeld Engels of wiskunde om vijf dagen per week achter elkaar je lessen af te draaien.”

Uit een onderzoek van COAP (2012) blijkt dat de meeste schoolleiders verwachten veel moeite te moeten doen bij het vervullen van vacatures voor godsdienst en levensbeschouwing.
“Dat klopt. Ik heb gesolliciteerd op vacatures geschiedenis én levensbeschouwing en afgaande op wat ik achteraf hoorde lag het aantal brieven voor een vacature geschiedenis soms wel een factor tien hoger dan voor levensbeschouwing. Dat het vaak niet om een volledige aanstelling gaat zal ook meespelen.”

Is het geven van levensbeschouwing iets heel anders dan het geven van geschiedenis?
“Ik heb het de afgelopen jaren allebei gegeven. Het grootste verschil is voor mij dat er voor geschiedenis meestal een boek moet worden doorgewerkt en een aantal eeuwen moet worden behandeld, zodat de jaarplanning al in grote lijnen vastligt. Bij levensbeschouwing heb je als docent veel meer vrijheid om het boek in de tas te laten, eigen lessenseries te ontwerpen of aan te sluiten op de actualiteit of vragen van leerlingen. De keerzijde is dat dat vak in mijn ervaring veel en veel arbeidsintensiever is dan geschiedenis: elke les opnieuw moet ik me afvragen wat ik wil overbrengen, waarom dat ertoe doet, welke teksten en materialen daarbij passen en welke opdrachten ik de leerlingen wil laten uitvoeren. Ja, dat hoort een goede docent geschiedenis ook te doen, maar daar kun je in drukke tijden nog wel eens leunen op het handboek en het werkboek.”

Marin Djurisic is 3e jaars student Religiestudies aan de UvA.

Reacties




Back to Top ↑