Actueel

Gepubliceerd op 28 januari 2020

“Kloosters, haal die ondernemersgeest binnen!”

Aalt Bakker is directeur van Stichting Dominicanenklooster in Huissen. Hij is met name verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de Stichting en de activiteiten in het klooster. Hij geeft leiding aan de chef-kok, het hoofd van de huishouding, het secretariaat, de administratie, de pr, de planning, de fondsenwerving en de programmacoördinatoren. Daarnaast is hij druk met het onderhouden van relaties en het leggen van nieuwe relaties en samenwerkingsverbanden.

Door: Elze Riemer

Sinds wanneer heeft een klooster een directeur nodig?
“Een directeur is niet altijd nodig, daar gaat het volgens mij niet om. Wel moet er een goede combinatie zijn tussen een gezonde ondernemersgeest en inhoud, het liefst in de vorm van een team. Veelal komt dit op de schouders van één abt, prior of een leek terecht, maar dat is vaak kwetsbaar. In de wereld van zingeving en religie is ondernemersgeest en zakelijkheid dikwijls ver te zoeken en dat is voor een abt of prior ook te veel gevraagd, want die is meestal niet vanwege zijn zakelijke kwaliteiten gekozen. Het is belangrijk dat er goed samengewerkt wordt tussen zaak en zin en ook dat er keuzes gemaakt durven worden. Daar kan een manager of directeur, wiens vak het is om hiermee om te gaan, bij helpen.

Mijn positie hier vind ik niet zo belangrijk, wel dat we samen, in het team, op een geïnspireerde en zakelijke manier de markt benaderen. Dat is echt nodig om het hoofd boven water te kunnen houden, want de inhoudelijke programma’s zijn zakelijk gezien vaak lastig. En dat kun je niet allemaal van kloosterlingen verwachten. Daarom vind ik het zo gaaf hier: het is een boeiend veld en tegelijkertijd is het prachtig om te zien wat er in samenwerking allemaal wel kan en hoe de gasten geraakt worden en verder komen in hun zoektocht naar spirituele ontwikkeling. Het is ook hard werken, want het gaat allemaal zeker niet vanzelf.”

Waarom moeten kloosters de markt op een zakelijke manier benaderen?
“Het belangrijkste hierbij is dat je de markt opgaat en ook geld durft mee te laten spelen in je keuzes. Je moet ook als klooster of centrum de boer op. Omdat mensen niet vanzelf naar je toe komen! Ze moeten weten dat je bestaat en wat je te bieden hebt. Een zakelijke benadering betekent niet dat je geënt bent op geld, want dat mag nooit bepalend worden, maar dat je kijkt naar de mogelijkheden om je visie in praktijk te brengen en dat je dit weet te verkopen naar buiten toe. En hebben niet alle kloosters gemeen dat ze een plek willen bieden voor hen die zoeken naar rust en zingeving? Potentieel zijn het hele verrijkende plekken, voor jong en oud. En in onze jachtige tijd en wereld zal de behoefte aan rust en verstilling alleen maar toenemen. Dan vind ik het hartverscheurend om te horen dat kloosters moeten sluiten. Voor Nederland is het erg belangrijk dat deze plekken blijven.”

Tien jaar geleden kwam u hier in Huissen aan het roer, wat is er sindsdien veranderd?
“Er was hier een vrij interne en een op controle gerichte cultuur, wat wel vaker bij kloosters het geval is. We hebben met elkaar letterlijk de luiken meer opengedaan. Een marketing- en pr- medewerker aangesteld, een site gebouwd, contact gezocht met andere organisaties – allemaal met het doel de mogelijkheden van deze bijzondere plek wereldkundig te maken. Hierdoor zijn we ook meer in contact gekomen met de mensen die het moeilijk hebben in de samenleving: kwetsbaren, minima, maar ook jongeren. Er zijn maar weinig kloosters die zich echt naar buiten richten, maar als je ergens in gelooft en ergens voor staat, dan wil je dat goede nieuws toch doorvertellen? Er is te veel voorzichtigheid, wat vaak volkomen onnodig is.”

Wat is in uw ogen een succesvol klooster?
“Een klooster dat binnen de eigen doelstelling heel veel mensen en groepen weet te bereiken. En dat die mensen met andere ogen en met meer rust, liefde en vrede het klooster verlaten. Geld is een randvoorwaarde om dat vol te houden, geen succesfactor.”

Dan zijn jullie volgens uw eigen definitie succesvol, met 25.000 bezoekers per jaar. Het geld moet haast wel binnenstromen…
“Nou, al het geld dat we overhouden investeren we in het gebouw of in het bereiken van die kwetsbare bezoekers, die vaak ook geen geld hebben. Op dit moment is er bijvoorbeeld een groep daklozen uit Arnhem aanwezig, dat vind ik prachtig. Daarbij moet er een team van twintig mannen en vrouwen betaald worden, om al die programma’s, maaltijden en overnachtingen mogelijk te maken. Het zou gemakkelijker zijn om alleen maar zakelijk te denken. Als dat zo zou zijn en als het gemakkelijk zou zijn om de eigen broek omhoog te houden, zoals we als stichting moeten doen, dan was ik hier allang weg geweest. Het is juist de uitdaging die daarvan uitgaat, dat constant zoeken naar mogelijkheden binnen onze inhoudelijke doelstelling, dat maakt dat ik dit werk met zo veel plezier doe.”

Foto: Enis Odaci

U hebt ruime ervaring als leidinggevende in de commerciële sector. Vanwaar de overstap naar een klooster?
“Elf jaar geleden kwam ik hier voor het eerst, als gast. Ik was mede-eigenaar van een adviesbureau op het vlak van organisatie en management en moest toen voor mijn werk in Huissen zijn. Het klooster was mij nooit echt opgevallen, maar ik liep uit nieuwsgierigheid naar binnen en nam deel aan een viering. De sfeer die er was raakte me. Als van huis uit protestantse jongen raakten de stilte, de muziek en de rituelen me. Ik heb me toen ingeschreven voor een retraite voor leidinggevenden, waarna het balletje is gaan rollen. Ik mag hier directeur zijn, zo ervaar ik het echt bijna elke dag. Ik ben altijd bezig geweest met spiritualiteit en met kwetsbaren in de samenleving en hier komt dat samen. Het is ook een plek waar veel kan en mag. Tien jaar is voor mij heel lang. Ik was iemand die al na drie jaar uitgekeken was en dan weer wat anders wilde. Blijkbaar ben ik hier echt op mijn plek.”

Wat verstaat u onder goed leiderschap?
“Dienend leiderschap. Dat je bijdraagt aan de ontwikkeling van mensen. Dat je in een team werkt en mensen stimuleert, maar er ook niet voor terugdeinst om minder leuke maatregelen en beslissingen te nemen. Dat hoort erbij. Het is niet alleen maar lief, leuk en aardig en hoe kan ik het iedereen naar de zin maken – dat imago dat dienend leiderschap soms een beetje heeft. Maar het is essentieel dat je mensen ruimte, vertrouwen en mogelijkheden biedt. In het begin werd hier alles aan de directeur gevraagd waaraan ik mijn goedkeuring moest geven, ik werd er gek van. Er was veel angst om fouten te maken, alles moest perfect of niet. Dat is nu niet meer zo.”

Jullie organiseren relatief veel programma’s. Is dat een belangrijke succesfactor?
“Het klopt dat de meeste bezoekers op onze programma’s afkomen. Maar toch zit het helende van deze plek niet zozeer daarin. In het begin was ik te veel gericht op mooie nieuwe programma’s. Gaandeweg kwam ik er achter dat puur de ervaring van de stilte en de rust heel waardevol voor mensen is. Dus zijn we de laatste jaren steeds meer teruggegaan naar gewoon een paar dagen hier zijn, het hoeft niet steeds volgegooid te worden met workshops et cetera – liever niet zelfs. Stiltedagen worden steeds populairder, ook voor jongeren die net twintig jaar zijn en al tegen een burn-out aan zitten.”

Jullie programma’s zijn spiritueel van aard, je zou het zelfs zweverig kunnen noemen. Is dat iets typisch dominicaans?
“Dat is de traditie van dit huis. Typisch dominicaans is studie, maar voor echte “hoofdprogramma’s” is weinig belangstelling. Het gaat meer om ervaring, verwondering en beleving. Dat kan vaak het beste in de stilte en niet via je hoofd. We zien dat spiritualiteit sterk leeft in Nederland en daar spelen we op in. Ondernemen is in die zin soms heel ad hoc: welke kansen kun je benutten? Wel binnen de visie van wat je wilt doen, anders wordt het een ratjetoe. In essentie gaat het in kloosters om de verinnerlijking, om dicht bij je eigen echtheid en waarheid te komen. Om de liefde, vreugde en rust in jezelf te vinden. En om van daaruit te leven, te leven met anderen én God te ervaren. Dat vind ik niet zweverig, maar juist de kern. Wij beginnen sommige programma’s met een halfuurtje mediteren, daarna heb je een heel ander gesprek! Tijdens het mediteren gebeurt vaak al heel veel. Als je vervolgens met collega’s gaat werken aan identiteit, visie en samenwerking, ben je veel sneller bij de kern, namelijk wat hen echt raakt. Dat is, denk ik, spiritualiteit, via die verinnerlijking te komen bij je bron, bij de zin van je leven. Wat mij betreft heeft dat alles met God te maken. Dat kun je zweverig vinden, maar het is wel de crux van wat wij hier aan het doen zijn.”

Is dat de toekomst? Kloosters waar het woord God vervangen wordt door liefde, vrede en andere abstracte termen?
“Het gaat volgens mij niet om vervangen, maar om precies hetzelfde. Ik denk dat het goed zou zijn als kloosters daar meer open voor zouden staan. Daarmee kunnen ze een plek worden waar iedereen zich thuis voelt, over de grenzen van religies heen. Die openheid zie ik ook steeds meer ontstaan. Er zijn meer initiatieven, het leeft weer wat op, naast alle sluitingen. Ik denk dat dit komt doordat mensen meer los van kerkelijke ontwikkelingen en grenzen durven te kijken. Het gaat om de boodschap van liefde en vrede. De katholieke kerk was wat in haar schulp aan het kruipen, door allerlei negatieve berichtgeving. Maar het vertrouwen is herstellende, wat zich vertaalt naar kloosters die weer durven te geloven in hun waarde voor de maatschappij. Nu moeten ze nog doorpakken, wat veel kloosters lastig vinden.”

Wat zou u die kloosters adviseren?
“Haal die ondernemersgeest binnen! Je hoeft niet hetzelfde als in Huissen te doen, je moet het juist op je eigen manier doen. Een manier die bij de cultuur van het klooster past, en je identiteit onderschrijft. Je hebt visie nodig, maar ook durf. Durf fouten te maken, maar ook om op een zakelijke manier met geld om te gaan. Het gaat niet om het geld, maar het hoort er wel bij. Leg uit wat je met dat geld doet. Wij leggen onze huurklanten voor dat we tien procent van de huursom besteden aan projecten voor kwetsbaren. Dat werkt heel goed, want ook zij willen zich daar vaak voor inzetten. Maar durf ook de markt op te gaan, in gesprek te gaan met organisaties en instellingen. Zorg ervoor dat je niet afhankelijk wordt van één klant.”

Waar halen jullie geld vandaan?
“Toen ik directeur werd hebben we de prijzen verhoogd. Het zijn inkomensafhankelijke prijzen, die de kosten zo veel mogelijk dekken, dus niks onredelijks. En als de laagste prijs nog te hoog is, geven we korting. Het idee dat de kerk of andere religieuze instellingen niets hoeven te kosten vind ik onzin. Ook krijgen we subsidie van de dominicanen voor onze programma’s en projecten en voor de kwetsbare groepen benaderen we allerlei fondsen. Voor de rest betalen bedrijven om hier te zijn voor hun een- of meerdaagse vergaderingen of trainingen. Dat laatste moeten we wel begrenzen, anders wordt het een conferentiecentrum en dat willen we niet. Dat doen we door het percentage van verhuur aan bedrijven op veertig procent van het totaal te houden.”

Wat is uw visie voor de komende tijd?
“Dat we nog meer een plek kunnen zijn voor jongeren en kwetsbaren. Daar zijn kloosters ooit voor bedoeld, naast een plek voor zoekers naar zin. Wat ik voor hier wens, wens ik ook voor andere kloosters. Maar dan moeten ze wel het lef hebben om barrières te overwinnen. Het zou daarbij fantastisch zijn als de verschillende plekken elkaar kunnen helpen, van elkaar leren en samenwerken. Die samenwerking probeer ik wel te zoeken, maar dat blijkt tot nu toe best lastig te zijn. Iedereen doet het erg op zijn eigen manier. Een beetje frustrerend, want hiermee wordt er veel tijd verspild aan steeds weer opnieuw het wiel uitvinden.”

Hoe zouden kloosters concreet kunnen samenwerken?
“Door bijvoorbeeld samen programma’s te ontwikkelen, of samen doelgroepen te benaderen of fondsen aan te schrijven. Ik heb een aantal keren een cursus gegeven aan (aanstaande) managers van kloosters en spirituele centra. Daar bleek steeds weer dat de samenwerking tussen kloosterlingen en medewerkers soms lastig is. Ook daar kun je elkaar bij helpen. Laten we meer samenwerken om de kloosters, als plekken voor rust en bezinning, open te houden in deze drukke tijden.”

Bovenstaand interview komt uit ‘De reli-ondernemer’ dat in de zomer van 2018 is verschenen bij Berne Media. Foto’s: Enis Odaci.

Reacties

Tags: ,




Back to Top ↑