Actueel

Gepubliceerd op 2 januari 2020

Over gendergelijkheid in de kerk

Sinds november vorig jaar biedt de Werkgroep eredienst en kerkmuziek van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ‘liturgische bouwstenen’ aan voor een kerkdienst waarin transgender personen hun nieuwe naam presenteren en een zegen ontvangen. Deze teksten zijn een aanvulling op het Dienstboek van de PKN. Voor Ruth Smeets was dit nieuws aanleiding tot een verkenning van de vraag hoe het eigenlijk gesteld is met de gelijkheid van alle genders binnen de christelijke kerken.

Door: Ruth Smeets

Jolanda Molenaar (64) is trans vrouw en predikant in opleiding bij de doopsgezinde kerk. Van origine komt ze uit de Gereformeerde Bondsgemeente, waar ze erg klem zat met haar transgenderidentiteit. Ze worstelde hiermee in een tijd dat genderidentiteit in de media nog geen onderwerp van gesprek was. Molenaars huwelijk kon geen stand houden en ze verhuisde van Drachten naar Groningen.

Ze vertelt dat ze een periode kort na haar verhuizing dacht dat het geloof haar in deze fase geen kracht kon geven. “Als ik in mijn geloof niet mag zijn wie ik wil, dan moet ik het maar loslaten, dacht ik.” Uiteindelijk kwam ze terecht in de Nieuwe Kerk in Groningen, een ruimdenkende PKN-gemeenschap midden in het hart van de stad. Daar voelde ze zich welkom en thuis.

In een zoektocht stuitte ze op andere lagen in de Bijbel, die ze nog niet eerder ontdekt had. Dit gaf haar ruimte en zo bleef het geloof van blijvende waarde, ook in de moeilijke tijd van haar transitie. Het was een centrale psalm in haar leven, psalm 139, die haar de bevrijding bood. “Pas na die bevrijding was de weg open om mezelf te worden.” Molenaar besloot theologie te gaan studeren en is inmiddels bijna klaar met haar bacheloropleiding, waarna ze nog een premaster en master gaat volgen. Als doopsgezind predikant is het dan haar drijfveer om de positie van transgender mensen in de kerk te verbeteren.

De inclusiviteit van kerken (de gedachte dat er voor elk mens ruimte is) is moeilijk meetbaar. Kees Goedegebuur, bestuurslid van het LKP, de landelijke koepelorganisatie voor de christelijke LHBT-beweging, denkt dat veel kerken wel het idee hebben dat ze inclusief zijn, maar dat in de praktijk factoren als groepsdruk en bestaande beelden nog meespelen. “In principe is het beleid van de PKN heel open en inclusief”, vertelt hij, waarmee hij ook verwijst naar de onlangs gepresenteerde liturgie voor trans personen. “Het is daar dus geen probleem als je echt jezelf bent en daarvoor uitkomt. In de meeste kerken kun je ook als lesbisch of homoseksueel stel trouwen en daar de zegen over krijgen. Er zijn een aantal kerken waarin dat niet kan, maar die zijn daar dan ook bijna altijd duidelijk in.” Zo bracht de Hersteld Hervormde kerk, een orthodoxe stroming, onlangs een rapport uit waarin wordt geconcludeerd dat ‘de seksuele omgang van mensen van gelijk geslacht en homoseksuele relaties niet in overeenstemming zijn met het Woord van God.’ Goedegebuur: “De Hersteld Hervormde Kerk heeft zich in 2004 afgesplitst van de PKN omdat ze een ander standpunt heeft over seksualiteit en genderidentiteit. Kerkgenootschappen die hier zo over denken, maken het dus meestal wel vrij expliciet.”

Begin dit jaar was er veel ophef over de Nashvilleverklaring, waarin onder andere staat dat ‘God het huwelijk heeft bedoeld als ‘een levenslange verbondsrelatie tussen één man en één vrouw’. Jolanda Molenaar was hierover aanvankelijk ontzettend boos en verdrietig, maar ziet nu dat deze verklaring voor een deel een tegengesteld effect heeft gehad. “Het gesprek is op gang gebracht in orthodoxe kerken. En dat gaat tot op de dag van vandaag door.” Mariecke van den Berg, als religiewetenschapper en onderzoeker Gender Studies verbonden aan de Universiteit Utrecht, stelt dat de Nashvilleverklaring een gevolg is van het feit dat zelfs in heel conservatieve protestantse kerken het gesprek steeds meer op gang komt. “Ik denk dat er aardig wat mensen zijn die dat als bedreigend ervaren. De Nashvilleverklaring is niet eens zozeer gericht tegen de seculiere samenleving, maar veel meer richting de achterban om te zeggen: ‘dit gaat te ver’. Dat laat eigenlijk al zien dat het gesprek op gang komt. Vaak kun je uit een tegenreactie merken dat iets gaande is.”

Hij, zij of hen?

Het geëmancipeerde Zweden kent sinds 2015 naast ‘hij’ en ‘zij’ een derde, genderneutraal voornaamwoord, namelijk ‘hen’. Een parochie in de Zweedse stad Västerås gebruikte dit voornaamwoord in een krantenadvertentie om naar Jezus te verwijzen én kondigde aan dit voortaan te blijven doen. In hoeverre is genderneutraal taalgebruik in Nederlandse kerken een onderwerp van discussie? Van den Berg: “Er zijn zeker dingen aan het veranderen en ik kan me voorstellen dat taalgebruik daar ook onderdeel van gaat uitmaken. Alleen komt het aanpassen van taal voor mensen heel dichtbij. Dat is toch vaak symbolisch beladen; er hangen allerlei emotionele connotaties aan vast.”

Molenaar is het eens met de zienswijze om Jezus genderneutraal te benoemen. Ze denkt echter dat dit in Nederland alleen kan werken als een genderneutraal voornaamwoord eerst ingeburgerd is. “Als het niet eerst door de gewone maatschappij wordt overgenomen, zie ik niet hoe je dit tussen de oren krijgt van mensen die iedere zondag naar de kerk gaan om zich daar door het woord van God te laten inspireren.” Zelf gebruikt ze als ze bij het voorgaan verwijst naar God of Jezus ‘hij’, ‘zij’, ‘hem’ en ‘haar’. “Ik kluts die woorden expres rigoureus door elkaar zodat er geen touw meer aan vast te knopen is.”

Feministisch theologe Anne-Claire Mulder, verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, ziet het nog niet gebeuren dat Nederlandse kerken op grote schaal een genderneutraal voornaamwoord zullen gebruiken om naar Jezus te verwijzen. “Al denk ik dat de bedoeling hiervan is om het geslacht van Jezus te relativeren”, vertelt ze. “Want het geslacht van Jezus is ook voor vrouwen een probleem. Er zijn veel feministisch theologen die niets met Jezus kunnen vanwege het feit dat hij een man is. Daarom zijn er op allerlei momenten vrouwen die het over ‘Christa’ hebben en niet over ‘Christus’. Jaren geleden hing rond Pasen in een kathedraal in New York een sculptuur van een vrouwelijke Jezus met borsten. Dat heeft zo’n schandaal opgeleverd dat het beeld binnen een week weer weg was. De metafoor van de Christa wordt ook veel gebruikt om het lijden van de vrouw te verbeelden.”

Niet het spreken over Jezus, maar het spreken over God is iets dat in de Nederlandse kerk erg speelt. Goedegebuur: “Inclusief spreken is een punt dat binnenkort in mijn kerkelijke gemeente op de agenda komt. Dan gaat het over het spreken van God als niet expliciet mannelijk, maar ook als vrouwelijk.” Mulder bevestigt dat taal en gender belangrijke thema’s zijn in het spreken over God. “De discussie over het taalgebruik over God gaat in de eerste plaats over de dominantie en eenzijdigheid van de mannelijke beeldtaal”, stelt ze. Ze verwijst hierbij naar de beroemde uitspraak van theologe en filosofe Mary Daly: ‘If God is male, then the male is God.’ Naar God wordt verwezen met ‘Vader’, maar ook met het beeld van ‘de Heer’. “Feministisch theologen zijn in de jaren zeventig begonnen met het laten zien dat God in de Bijbel ook met andere woorden wordt aangesproken. Zo wordt er over Gods baarmoeder gesproken en wordt Gods zorg verbeeld met de adelaarsmoeder die het jong in de lucht werpt en het met haar vleugels opvangt. Er zijn dus allemaal karakteristieken van God die met vrouwelijke woorden worden weergegeven.”

Het gesprek rondom gendergelijkheid in de kerk is in beweging, op verschillende vlakken en op verschillende niveaus. Het LKP probeert samen met andere organisaties het gesprek aan te gaan met conservatievere christenen. Van den Berg ziet de toekomst van kerken met betrekking tot inclusiviteit hoopvol in. “Ik zie dat mensen vaak terugvallen op christelijke waarden als barmhartigheid, gastvrijheid en eensgezindheid. Vanuit die waarden voelen mensen zich er heel ongemakkelijk bij om anderen buiten te sluiten.” Ook Jolanda Molenaar is optimistisch. “Ik denk dat inclusiviteit in de mainstream kerken over het algemeen geen probleem zal zijn. Wel verwacht ik dat er op veel plaatsen nog onwennigheid is en dat het soms nog zoeken is naar een weg met een trans persoon die om hulp vraagt.”

Ruth Smeets is studente journalistiek in Tilburg. Ze schrijft het liefst over ethische kwesties, religie, milieu en politieke vraagstukken. Tussen het schrijven door doet ze aan yoga en leest ze boeken over spiritualiteit en het vinden van innerlijke rust. Op een mooie dag trekt ze er graag op uit voor een lange wandeling in de natuur.

Reacties




Back to Top ↑