Actueel

Gepubliceerd op 1 februari 2020

Kerkbelasting in Nederland: goed idee?

Kerken voeren steeds vaker zorgtaken uit voor de overheid, zonder daar financiële compensatie voor te krijgen.

Door: Jan Keuken

In het Betuwse dorp waar wij wonen, is het bijna niet te missen. Tegenover de plaatselijke cafetaria hangt een groot rood spandoek waarop de actie Kerkbalans staat aangekondigd. 

De actie gaat uit van vijf kerkgenootschappen en wordt gebruikt om de financiën van lokale kerken aan te zuiveren. Bij veel wel of niet meelevende kerkleden valt er bovendien een envelop op de mat met het verzoek om een bijdrage voor de kerk. 

De actie Kerkbalans is een oproep aan iedereen, gelovig of niet, om de lokale geloofsgemeenschap te steunen. En die gemeenschap begint sinds de verregaande decentralisatie van zorgtaken door de overheid bijna een diaconaal platform te worden.

Duitsland: kerkbelasting

In Nederland is zo’n verzoek om een financiële bijdrage iets tussen de kerk en de gelovige. De staat houdt zich daarbuiten. In Duitsland ligt dat heel anders. Daar betalen geregistreerde gelovigen – of ze nu naar de kerk gaan of niet – een kerkbelasting van 8 tot 9 procent van de loonbelasting. 

Werkgevers dragen die belasting direct af aan de belastingdienst en die maakt dat bedrag over naar de kerk waartoe de werknemer behoort. Er moet dus bewust een keuze worden gemaakt voor een kerkgenootschap. 

Ook op kapitaal wordt kerkbelasting geheven. Dat ging voorheen simpelweg via de jaarlijkse belastingopgave. Over het aan de belastingdienst verschuldigde bedrag wordt in de deelstaten Beieren en Baden-Württemberg bijvoorbeeld 8 procent en in de overige deelstaten 9 procent kerkbelasting geheven. 

Privacy

Sinds 2015 wordt deze heffing niet meer achteraf via de belastingopgave geïnd, maar moeten banken en verzekeraars het bedrag direct inhouden op de uit te keren bedragen. Jaarlijks krijgen ze van al hun klanten hiervoor gegevens over hun religie. 

En daar zit een moeilijk punt, want dat is informatie die private bedrijven volgens de gemiddelde kerkganger niets aangaat. Met name de Katholieke Kerk is daarom bijna constant bezig met een informatie-offensief om de kerkgangers gerust te stellen. 

De discussie over de kerkbelasting is niet nieuw, maar dat daarbij steeds vaker de privacy ter sprake komt, is dat wel. Er wordt overigens rekening gehouden met mensen die dat bezwaar onoverkomelijk vinden. In de wet is inmiddels opgenomen dat iedereen die dat wil, het doorgeven van de geloofsovertuiging aan de belastingdienst kan tegenhouden. Daarvoor kan dan een zogenoemde Sperrvermerk opgevraagd worden.

Stijgende opbrengst

De twijfels over de miljarden die de Katholieke Kerk via deze kerkbelasting krijgt, zijn aangewakkerd door een grote affaire eind 2013 rondom bisschop Tebartz-van Elst van het bisdom Limburg. Die sprong nogal gemakkelijk om met het gemeenschapsgeld en liet het bisschoppelijk paleis voor tientallen miljoenen euro’s verbouwen. Hij werd daarvoor door het Vaticaan uit zijn ambt gezet. Voor sommige kerkleden was deze affaire aanleiding om zich uit te schrijven uit de kerk.

Maar ondanks een dalend ledental van de Duitse kerken, levert de kerkbelasting ieder jaar meer geld op. Dat komt vooral door de lage werkloosheid en de gestegen lonen. 

In 2014 bijvoorbeeld vloeide er meer dan tien miljard euro naar de Evangelische en de Katholieke Kerk, een record. Overigens int ook een aantal kleinere geloofsgemeenschappen belasting, zoals de joodse en de oud-katholieke gemeenschap. 

Afspraken van een eeuw oud

Waarom doet de Duitse overheid dit voor de kerken? Het antwoord is eenvoudig: die krijgt er goed voor betaald. 

De kerken betalen 2 tot 4 procent van de opbrengst van de kerkbelasting aan de fiscus voor deze dienstverlening. Dat klinkt misschien modern: kerken die de inning outsourcen naar een overheid die als dienstverlener optreedt. Maar de afspraken zijn al bijna een eeuw oud. Ze zijn vastgelegd in de Staatskirchenverträge. De belastinginning is slechts een van de manieren waarop de staat de kerken faciliteert. 

De kerken besteden het grootste deel van de belastingopbrengsten aan personeelskosten. Voor de sociale voorzieningen (ziekenhuizen, kinderopvang) krijgt de kerk subsidie van de overheid.

Subsidie voor kerkgebouwen

Terug naar Nederland. Hier moeten de kerken zelf hun broek ophouden, al wordt er wel ondersteuning geboden bij het onderhouden van de kerkgebouwen die onder monumentenzorg vallen. Een kerkgebouw was en is vaak nog steeds een van de markantste gebouwen in een dorp of stad en is daarbinnen vaak ook een beeldbepalend object.

In Nederland geldt de scheiding van kerk en staat. Dat is natuurlijk prima. Het is ook niet realistisch om terug te gaan naar de tijd van de Statenvertaling, toen de overheid zich nog actief bemoeide met het geloofsleven van haar onderdanen. 

Interessant is wel dat de plaatselijke overheid steeds meer taken probeert over te hevelen naar lokale geloofsgemeenschappen. Dat is begrijpelijk, gezien de zorgtaken die de gemeenten moeten uitvoeren terwijl ze daarvoor steeds minder budget krijgen van het rijk. En juist de lokale kerken kunnen hierbij de helpende hand bieden, omdat ze hun wortels diep in de lokale bevolking hebben.

Kerk in het sociale domein

Op steeds meer plaatsen ontstaan er om deze redenen zogenoemde diaconale platforms. Dit zijn samengestelde organen met vertegenwoordigers van de gemeente en vertegenwoordigers van zoveel mogelijk verschillende kerken – we hebben er namelijk nogal wat in Nederland. De gemeente informeert vooral en laat zien waar de pijnpunten zitten. De kerken helpen vooral, praktisch en financieel. 

Het is op zichzelf goed dat de overheid kerken gebruikt als verlengstuk van het sociale domein. Voor de kerken biedt dit een mooie gelegenheid om in contact te komen met de mensen die hulp en bijstand nodig hebben.

Maar is alles nog wel in evenwicht? Misschien moeten we eens naar Duitsland kijken. Hier betaalt de overheid subsidie als de kerken zorgtaken uitvoeren. Gebruik maken van de diaconale expertise van kerken voor het algemeen maatschappelijk belang kan wel, maar kerken moeten niet overvraagd worden zonder compensatie. 

Moeten we dan misschien een ‘Kerkbelasting’ invoeren? Dat is waarschijnlijk ook niet realistisch, maar het zoeken naar een balans lijkt me een goed idee.

Voorlopig zullen in Nederland de vlaggen van Kerkbalans wel blijven wapperen. Misschien is het een goed idee om toch maar iets geven aan uw lokale kerk. Voor je het weet zijn ze immers in de toekomst je zorgaanbieder.

Jan Keuken (1988) studeert Cultuurwetenschappen, en is vooral geïnteresseerd in Duitse, kerk- en militaire historie.




Back to Top ↑